In de zorg draait alles om mensen. Om luisteren, begrijpen, begeleiden. En om de patiënt het gevoel geven dat ie er toe doet. Taal speelt daarin een sleutelrol. Wat je zegt, hoe je het zegt, of soms wat je net niet zegt. Toch staan zorgverstrekkers er niet altijd bij stil hoe krachtig of juist pijnlijk hun woorden kunnen zijn. Nochtans kan je met kleine aanpassingen in taalgebruik als zorgprofessional een wereld van verschil maken voor de patiënt.
Wat is inclusief taalgebruik?
Inclusieve taal is taal die niemand buitensluit. Het is taal die rekening houdt met de diversiteit in onze samenleving. Van gender en seksuele oriëntatie tot afkomst, religie, beperking, opleidingsniveau en gezinsvorm. Het gaat niet alleen om ‘politiek correct’ zijn, maar om respect, herkenning en veiligheid. Zorg is pas echt zorg op maat, echt persoonlijk, als ook de communicatie afgestemd is op wie voor je zit, wie jouw communicatie hoort en leest
Voorbeelden uit de praktijk
Genderinclusieve communicatie
In intakeformulieren of gesprekssituaties is het beter om te vragen naar voornaamwoorden in plaats van iemands “geslacht”. Of om in communicatie te spreken over de patiënt, de cliënt of de persoon in plaats van standaard hij/zij te gebruiken.
- NIET: “De patiënt moet zijn identiteitskaart meebrengen.”
- BETER: “De patiënt brengt een identiteitskaart mee.”
Diversiteit in gezinsvormen
Niet elk kind heeft een “mama en papa”. Denk maar aan adoptie, pleegzorg, twee mama’s of één ouder. Spreek op je website, in brochures, of in vragenlijsten liever over “ouders” bijvoorbeeld.
- NIET: “De mama of papa kan mee naar de consultatie komen.”
- BETER: “Een ouder of begeleider kan mee naar de consultatie komen.”
Beeldvorming rond beperking of aandoening
We vermijden best labels die de persoon herleiden tot een diagnose.
- NIET: “Een autist”, “een depressieve”, “een rolstoeler”
- BETER: “Een persoon met autisme”, “iemand met een depressie”, “een persoon die een rolstoel gebruikt”, “een patiënt met een beperking”
Taalniveau en begrijpelijkheid
Inclusieve communicatie betekent ook: heldere taal gebruiken. Niet iedereen begrijpt medisch jargon of ingewikkelde formuleringen. Denk aan anderstaligen of personen met een verstandelijke beperking, om maar twee voorbeelden aan te halen.
- NIET: “De consultatie is facultatief maar geadviseerd.”
- BETER: “Je kiest zelf of je op consultatie komt. Wij raden het wel aan.”
Waarom dit ertoe doet
Taal beïnvloedt het vertrouwen dat patiënten in hun zorgverlener stellen. Wanneer je communicatie aansluit bij iemands leefwereld, daalt de drempel om hulp te zoeken, stijgt therapietrouw en voelen mensen zich veiliger om open te zijn. Het loont dus op elk niveau van de zorgrelatie.
Bovendien: inclusieve communicatie versterkt ook je imago als zorgorganisatie of als therapeut. Je laat zien dat je bewust bezig bent met diversiteit en menselijkheid. Iets wat zowel patiënten als collega’s waarderen.
Hoe pak je het aan?
Inclusief communiceren hoeft geen revolutie te zijn. Het begint met bewustwording en met kleine ingrepen:
- Bekijk je standaardteksten kritisch: je website, folders, e-mails, brochures, intakeformulieren…
- Vraag feedback aan collega’s of patiënten met uiteenlopende achtergronden.
- Volg je merk- of communicatiestijl bij voorkeur ook op sociale media en in vacatureteksten.
Bij medicom helpen we zorgverstrekkers bij het maken van inclusieve, heldere communicatie. Zowel online als offline. Van het herschrijven van teksten tot het opstellen van stijlregels voor je praktijk of zorginstelling.
Klaar voor communicatie die echt iedereen bereikt?
Wij helpen zorgverstrekkers met websites, branding en communicatie op maat van hun doelgroep. Wil je weten of jouw communicatie inclusief genoeg is? Wij helpen je graag op weg.
